Twee bomen tegen de rest van de wereld. Wat samen groeit, laat zich niet zomaar breken.

Twee abstracte bomen met ronde oranje kruinen staan dicht tegen elkaar aan in een kleurrijk landschap met golvende lijnen in groen, blauw, geel en rood tegen een donkere achtergrond.

Twee bomen staan dicht tegen elkaar aan, geworteld in een landschap dat beweegt. De ronde vormen raken elkaar, bijna alsof ze samen één geheel vormen. De kleurrijke banen onder hen suggereren stroming, tijd en verandering — krachten die blijven bewegen, terwijl de bomen standhouden.
Dit werk gaat over verbondenheid, nabijheid en het spanningsveld tussen samen en alleen. Over wortels die groeien zonder toestemming, en over wat blijft bestaan wanneer de wereld daaromheen van richting verandert.