WAAROM IK GEEN KUNSTENAAR BEN, MAAR EEN CREALIST

Crealisme onderzoekt hoe de werkelijkheid ontstaat in de manier waarop we kijken.

Niet wat het is, maar wat het kan zijn

Toen mijn moeder stierf, was ik dolgelukkig. Haar dood is misschien wel het meest gedenkwaardige moment van mijn jeugd geweest. Niet omdat ik haar kwijt wilde, maar omdat zij eindelijk haar pijn kwijt was.
Iedereen vertelde mij dat ik verdrietig moest zijn. Alsof anderen beter wisten wat ik voelde dan ikzelf. Maar mijn verlangen dat ze bij mij zou blijven, woog niet op tegen mijn verlangen dat haar lijden zou stoppen.

Menselijk of onmenselijk is de vraag. Deze foto illustreert het verhaal van mijn moeder met mij als indiaan verkleed. Het pak heeft mijn moeder zelf gemaakt en het was een verjaardagscadeau. Het is een zwart/wit foto uit de jaren zestig, genomen op 1 oktober in onze achtertuin.

Vanaf dat moment heb ik nooit meer als kind geleefd.

Ik nam niet meer zomaar aan dat andere mensen wisten wat ik moest voelen, denken of geloven. Het werd mijn eigen weg. Mijn eigen doolhof. Mijn eigen ondergang en wederopstanding.

Op het lyceum botste ik voortdurend met leraren. Ze vertelden mij hoe de wereld in elkaar zat, terwijl ze niets wisten – of niets wilden vertellen – over Confucius, de tao, de Bijbel, de oerknal, donkere materie of Karl Marx.

Laat staan dat ze durfden te zeggen dat er zonder Judas geen Jezus zou zijn geweest. Woorden van mijn moeder.

De school werd een lijdensweg. Ook daarna werd het niet meteen beter. Alleen tekenen en schrijven hielden mij overeind. Daar hoefde ik niet te denken wat een ander dacht. Daar kon ik verdwijnen in een werkelijkheid die van mij was.

In mijn jonge jaren kwam er een moment waarop ik mijzelf wilde verhangen. Mijn kat voorkwam dat door met het touw te gaan spelen. Een groter contrast was nauwelijks denkbaar. Terwijl ik een einde aan mijn leven wilde maken, zag zij alleen iets om mee te spelen. Op dat moment begreep ik dat, wat er ook gebeurt, humor het verschil kan maken tussen leven en dood.

child born advandenboom schilderij kunstenaar crealism

De grote omkering kwam toen ik de reclame ontdekte.

Daar mocht ik dingen bedenken. Niet om kunst te maken of prijzen te winnen, maar om problemen op te lossen. Daar bleek ik goed in te zijn. Ik kreeg de klanten die bijna waren overleden: bedrijven en merken waar anderen geen toekomst meer in zagen. Ik werkte op de intensive care van de reclame en probeerde ze weer gezond en sterk te maken.

Als het avond werd, ging ik schilderen en schrijven. Overdag bracht ik bedrijven weer tot leven. ’s Avonds dook ik in mijn eigen wereld.

In de reclame leerde ik dat perceptie werkelijkheid is. Dat onze werkelijkheid bestaat uit veronderstellingen, aannames en verhalen die we onszelf en elkaar blijven vertellen. En dat die helemaal niet waar hoeven te zijn.

De reclame leerde mij ook dat ieder idee om een andere uitwerking vraagt. Niet mijn techniek bepaalde de vorm, maar wat ik wilde vertellen.

De serie Wereldleiders moest daarom uit realistische portretten bestaan. Anders zouden mensen blijven hangen in de vraag of iemand wel voldoende leek. Wat ik werkelijk wilde vertellen, zou daardoor van ondergeschikt belang worden.

Bij mijn werk over de ramp met de MH17 moest de uitwerking juist overdrachtelijk zijn, omdat de werkelijkheid soms te verschrikkelijk is om rechtstreeks onder ogen te zien.

Ook de geboorte van onze zoon veranderde mijn werkelijkheid. De geboorte van een kind is een totale reset. Niet alleen het kind wordt geboren. Ook de moeder en de vader beginnen opnieuw. Tijdens de geboorte stond ik aan de zijlijn. Ik keek naar degene van wie ik hield, zag haar pijn en kon die niet overnemen. Ik kon weinig anders doen dan aanwezig zijn.
En toen werden we naar huis gestuurd.

Er lag ineens een baby in ons huis. Ik wilde wakker blijven om bij hem te zijn totdat de kraamhulp de volgende ochtend kwam. Om niet in slaap te vallen, maakte ik die nacht twaalf schilderijen. Ze werden de serie A Child Is Born: de geboorte en de eerste nacht gezien vanuit de man die weinig anders kan doen dan kijken en er zijn.

Dezelfde gebeurtenis. Een ander perspectief. Een andere werkelijkheid.

Het antwoord

Jarenlang werkte ik voor grote Nederlandse en Amerikaanse banken. Ze spraken allemaal over het belang van de klant. Maar zodra dat belang werkelijk iets kostte, bleek het moeilijk vol te houden. Daarom bedacht ik een bank waarin iedere klant automatisch aandeelhouder werd, tenzij hij dat zelf niet wilde. Een bank waarin klantbelang geen belofte was, maar in het systeem werd ingebouwd. Het idee werd omarmd. Totdat delen ook werkelijk delen betekende en het eigen belang het won van het klantbelang.

Het idee ging ten onder.

Toen bleef de vraag over: als zelfs een goed idee niet voldoende is om de werkelijkheid te veranderen, wat kon ik dan nog wel doen?
Die vraag kon ik pas aan het begin van de coronacrisis beantwoorden.

Ik moest de natuur een stem geven. En dan met name de bomen.
Niet alleen omdat ik zelf Van den Boom heet, maar omdat bomen net als wij deel uitmaken van het hier en nu. Ze reageren op licht en donker, op warmte en kou, op gevaar en verandering. Ze staan stil en zijn toch voortdurend in beweging.

Door mijn getekende en geschilderde bomen en sculpturen een stem te geven, kwamen twee dingen samen: mijn drang om te tekenen en te schilderen en mijn verlangen om de wereld een beetje beter te maken.

Ik ben humanist. Ik verlang naar een vreedzame wereld waarin mensen kunnen zijn wie ze zijn. Met het ouder worden heb ik helaas vaak gezien dat mensen vooroordelen lijken te bevestigen. Maar een mens is altijd meer dan het vooroordeel dat hij misschien bevestigt. Juist die automatische conclusie wil ik doorbreken.

Ik wil benoemen wat ik zie zonder mensen te veroordelen. Een oordeel is niet automatisch een veroordeling. Ik kan een situatie beschrijven zonder iemand daarmee als mens af te schrijven. In een wereld waarin een observatie steeds vaker als een mening en een mening als een aanval wordt gezien, probeer ik de ruimte tussen kijken en veroordelen open te houden.

Niet door te beweren dat ik alles weet, want wat weet ik eigenlijk?
En zeker niet door te stellen dat ik een geweldig mens ben, want wie is dat wel?

Gewoon bomen en verhalen die mensen aan het denken zetten. Die gedachten oproepen die er daarvoor misschien nog niet waren.
Ik ben niet geboeid door het uitsluitend weergeven van wat er al is. Maar de werkelijkheid alleen vervormen om mensen te verbazen, interesseert mij evenmin.
Ook wil niet dat mensen alleen anders naar een schilderij kijken. Ik wil dat ze door het schilderij anders naar het leven kijken.

Schilderije (acryl op papier) van een boom in diepe groentinten met een abstract bladerdak en de handgeschreven tekst “De grootste beweging zit in jezelf” onderaan, gemaakt door Ad van den Boom.

De werkelijkheid is voor mij geen vaststaand gegeven

Zij ontstaat uit onze ervaringen, aannames en verhalen. Met beeld en woord probeer ik daarin iets te verschuiven. Niet om mensen te vertellen wat ze moeten denken, maar om ruimte te maken. Voor twijfel. Voor troost. Voor een werkelijkheid die daarvoor nog niet bestond.
Daarom bepaalt de boodschap de vorm. Het ene idee vraagt om een realistisch portret. Het andere om een boom, een sculptuur, een verhaal of duizenden geschilderde punten.

Ik heb geen vaste stijl nodig om mezelf te zijn. Mijn manier van kijken is mijn handschrift.

En dan komen de vragen.
Is het pointillisme? Is het Aboriginalkunst? Heeft het iets te maken met Yayoi Kusama?
Geen van drie.

De punten zijn voor mij meer dan een techniek of versiering. Ieder punt is een begin. Een afzonderlijk deel dat pas betekenis krijgt door zijn relatie met alle andere punten. Zoals een mens niet losstaat van andere mensen. Zoals een blad niet losstaat van een boom. Zoals een boom niet losstaat van het bos, de aarde, de lucht en alles wat leeft.

In ieder punt bevindt zich iets van het geheel. Misschien beleef ik daarom evenveel plezier aan het eerste punt dat ik op een doek zet als aan het laatste. En kan ik ontroerd raken wanneer iemand bij een schilderij begint te huilen, om even later samen te lachen.

Het leven is niet lachen óf huilen. Het leven is lachen én huilen.
Kunstenaar beschrijft wat ik maak. Crealist verklaart waarom ik het maak.
Crealisme is geen kunststroming.
Het is een manier van kijken naar jezelf, naar de ander en naar de werkelijkheid.

Niet laten zien wat het is, maar wat het kan zijn.

De enige manier waarop ik dat geloofwaardig kan doen, is door mijn eigen voorbeeld te zijn.
Ik volgde teken- en schilderlessen, nam deel aan schilderweekenden met studenten van de Rietveld Academie en gaf later zelf les aan een kunstacademie.
Daar leerde ik studenten dat het pad van hun leraar een vertrekpunt kan zijn, maar nooit hun bestemming. Anders wordt hun werk een echo van iets wat al bestaat.

Uniciteit zit in jezelf. Als je creatief naar je eigen werkelijkheid durft te kijken, kan er iets ontstaan wat niemand anders had kunnen maken.
Dat vraagt moed en doorzettingsvermogen.

Het is een gevecht tegen de wereld dat bij jezelf begint.

Ik wil niemand mijn werkelijkheid opleggen. Ik wil mensen uitnodigen hun eigen werkelijkheid opnieuw te bekijken. Niet om hetzelfde te zien als ik, maar om te ontdekken wat zij nog niet zagen.

Ik ben geen boom uit een kwekerij, maar een boom die in het wild is opgegroeid. Een boom met zijn eigen talenten en tekortkomingen. Met verdriet en pijn. Met goede en slechte tijden. Maar zeker geen boom waarvan er dertien in een dozijn gaan.
Een boom die van zijn vader heeft geleerd dat het leven mooi is, ook al is het soms lelijk.

Ik ben een boom.
Een Van den Boom.